Selecteer een pagina

Dit is een facebook-repost naar aanleiding van een vandaag gepubliceerd artikel in de Volkskrant over ‘De helletocht van de comedian’. De boodschap van het artikel is dat je eerst jarenlang dient te ploeteren – dood moet gaan – in de openmic-scene voordat je jezelf een echte comedian kunt noemen. Dit is een hardnekkig misverstand en het zou zomaar getalenteerde beginners kunnen afschrikken. Maar het is ook een misverstand waar zoveel mensen in lijken te geloven dat ze graag dit pad bewandelen; met alle cynische gevolgen van dien. Hieronder mijn bevindingen na zelf zo’n anderhalf jaar ‘ploeteren’.

Nu ik dit zo’n anderhalf jaar doe heb ik een beetje een beeld van hoe de (standup) comedyscene werkt, en hoe je erin dient te bewegen. 

Er is een weg naar succes die is vastgelegd en opgelegd en deze wordt door iedereen bewaakt. Eerst ben je jaren een ‘open mic’er’, vervolgens een ‘pro’ en daarna misschien aspirant bij zoiets als de comedytrain. Deze reis is er een van meters maken en bestaat, ongeacht wat je status is, voornamelijk uit heel veel gratis optredens verzorgen. Van horecaomzet of kaartverkoop zien standuppers waar ook op de ladder weinig terug. Van de echte groten, die wel verdienen en van wie men droomt ertussen te mogen staan, wordt ook vaak hun harde werk benadrukt. De comedyscene vertelt zijn deelnemers dat je er met hard werken wel komt. En denk maar niet een kortere route te kunnen nemen.

Het is een giftig en cynisch model waarbij niet nagedacht moet worden over hoeveel er eigenlijk wordt verdiend aan al die gratis optredens. Hoe ze vermomd gaan als ‘kansen om te ontwikkelen’ en waar dus niets tegenover hoeft te staan. Een businessmodel dat met de suggestie talent te laten bovendrijven, dit talent enkel tot slaaf maakt van…de horeca, uiteindelijk.

Ik vrees dan ook dat zolang dit systeem in stand gehouden wordt, Nederlandse comedy alleen nog maar slechter zal worden.

Slechter nog dan het al is.