Selecteer een pagina

Begin juni 2009 verscheen er in Het Parool een artikel met de titel “Nederlandse Game-industrie vertienvoudigd”. Erin wordt gezegd dat de Nederlandse gamesindustrie in zeven jaar enorm is gegroeid. Het is uit de tekst niet op te maken wie deze uitspraak doet, noch wordt er voor deze claim een bron vermeld. Waarschijnlijk is dat omdat de bewering onwaar is. Wanneer we kijken naar hoe het de Nederlandse gameindustrie verging in de periode 2002-2009 doemt er somberder beeld op.

Dit gebeurde er:

  • In 2005 valt de op dat moment grootste Nederlandse ontwikkelaar, Davilex Games. Tientallen mensen komen op straat te staan.
  • Crazyfoot Gamestudio stopte na 2005 ook met games maken.
  • In 2008 sluit Coded Illusions haar deuren en zette ermee 28 mensen op straat.
  • Triumph Studios ziet zich in 2009, door tegenvallende verkopen van Overlord 2, genoodzaakt een groot deel van zijn medewerkers te laten gaan.
  • 2009 betekende verder het einde van Spellborn Works. Ook Streamline Studio’s ging in 2009 failliet.
  • In 2009 boekt Playlogic daarnaast zoveel verlies dat het het jaar daarop kopje onder gaat.

Zowel grote als middelgrote bedrijven leiden enorme verliezen of gaan failliet, en daar tegenover staan geen evenredige nieuwe successen. Desondanks spreekt men in 2009 en daarna veelvuldig over de vertienvoudiging van de gameindustrie. Als een mantra.

Op jongerenblogs wordt enthousiast over de vertienvoudiging gesproken. Het Parool-artikel wordt ook in 2012 nog aangehaald als bron in een brochure van deze introductiecursus voor de opleiding Gametechnologie. Zelfs tot in 2014 wordt er in een gastcollege verkondigd dat de gameindustrie zo’n potentie heeft vanwege, jawel ‘vertienvoudiging’. Jarenlang kopieert men de leus zonder enige data.

Na het Parool-artikel klonken er in andere kranten, en op andere plekken, meer alarmerende geluiden. Zo schreef De Volkskrant over de sobere vooruitzichten op betaald werk voor gamestudenten, en over de te grote aanwas game artists. Een van de weinige meer uitvoerige onderzoeken (2012, Verwey-Jonker) schrijft in zijn conclusie:

We vragen ons af in hoeverre de beelden en verwachtingen die beleidsmakers hebben van de gamemarkt in de pas lopen met de huidige ontwikkelingen. Op basis van de signalen die onze respondenten geven lijkt het gevaar van een ‘varkenscyclus’ reëel. Hiermee doelen we op een economisch mechanisme afkomstig uit de landbouwsector, waarbij vraag en aanbod niet goed op elkaar aansluiten.

Het meest verontrustende tegenbewijs is te lezen in een onlangs gelekte email uit 2009 waarin de verantwoordelijken (de club die eerder al omzetcijfers opbliezen) gevraagd wordt naar data achter de claim. Uit hun ontwijkende antwoorden blijkt dat ze geen cijfers hadden om enige groei te onderbouwen. Wel werd hun mantra gekopieerd en hielp het opleidingen en incubators tot leven; instellingen die nu honderden studenten klaarstomen voor een armoedige arbeidsmarkt.

Want dit is de status: Nederland heeft op het moment om en nabij 170 gamestudio’s. De meeste daarvan zijn kleine indies die geen mensen aannemen, vaak niet eens een eigen kantoor hebben. Een stuk of dertig kunnen zichzelf goed onderhouden maar ook zij hebben zelden openstaande vacatures. Slechts een fractie neemt geregeld nieuwe mensen aan, en dan vooral programmeurs. Voor afgestudeerde game designers biedt Nederland geen enkele vacature. Voor afgestudeerde concept artist, is er op het moment welgeteld één openstaande plek. Hiertegenover staan meer dan tien game-specifieke opleidingen die samen honderden afstuderenden per jaar afleveren. Spreken van enorme groei is gevaarlijke onzin gebleken. En het geroep over vertienvoudiging heeft van Nederland dus vooral een grotere speler in jeugdwerkloosheid gemaakt.