Selecteer een pagina

In 2008 werd het Gamefonds opgericht om de meer kunstzinnige game een podium te geven en vanaf het begin ervan zetelen hooggeplaatsten van de HKU en broedplaats DGG (Edit: DGG kwam er iets later bij) in de adviescommissie ervan. Kijkend naar de toegekende aanvragen lijkt deze invloed zichtbaar; vrijwel alle studio’s die subsidie ontvingen waren afkomstig van de HKU en/of huurders binnen de DGG*.

Aangezien de HKU de enige gameopleiding was met één been in het kunstenaarschap hoeft er nog geen oorzakelijk verband tussen te bestaan tussen de bezetting in de commissie en de toegekende aanvragen. Marinka Copier van HKU Games en Interactie zegt over de vele toekenningen aan haar ex-studenten het volgende:

Niet vreemd als je bedenkt dat HKU het eerste opleidingsinstituut was dat een game-opleiding aanbood (vanaf 2001), dus veel mensen in de sector hebben nu eenmaal een relatie met HKU als medewerker, student of alumnus.”

De invloed die de school op het Gamefonds heeft is overeenkomstig met hoe de Filmacademie zijn tentakels heeft verankerd binnen het Filmfonds. De Filmacademie is echter nog steeds de enige grote filmopleiding. Voor games geldt dat er al geruime tijd veel meer opleidingen van zijn. Een Gamefonds waarin de HKU oververtegenwoordigd is roept met de opkomst van vele andere gameopleidingen vragen op. Zeker omdat de doelstelling van het Gamefonds breder is – het ondersteunen van artistieke games in Nederland – dan enkel het ondersteunen van afgestudeerden van een specifieke opleiding. 

En dan is er nog de Dutch Game Association (DGA), de belangenvereniging voor de Nederlandse game-industrie waarin de HKU, samen met DGG, óók al belangrijke rollen in vervullen.

Wie zijn de DGA?

De DGA is tegenwoordig een onderdeel van ClickNL Games, een innovatienetwerk dat volgens eigen schrijven ’verschillende actoren binnen het gamesdomein wil verbinden’. De belangenvereniging DGA is het voornaamste project van ze.

ClickNL Games zegt zelf dat het samenwerkt met de DGA en impliceert hiermee dat het om twee verschillende partijen gaat. Kijkende naar de personen achter ClickNL Games blijken dit echter dezelfde mensen die werken voor de DGA.

ClickNL

Huidige ‘Core Team’ van Click NL Games: Irmgard Noordhoek (DGA), Horst Streck (DGA), Krista Hendriks (DGA), Marinka Copier (HKU & DGA)

Uit de subsidie-aanvragen die gedaan worden voor de DGA blijkt verder dat deze op naam staan van ClickNL Games. De DGA ís dus ClickNL Games en andersom. Dat er geschreven wordt over samenwerking is opmerkelijk incestueus.

subs

Onder leiding van…

ClickNL Games heeft naast een kernteam dat de DGA vormgeeft één bestuursfunctie. Deze functie werd en wordt vanaf 2008 tot 2015 ingevuld door respectievelijk Viktor Wijnen en Marinka Copier.

Opvallend hieraan zijn de posities die deze personen hebben en hadden binnen de HKU én de DGG. Viktor Wijnen was directeur van de DGG en werd per 1 juli 2014 hoofd Games en Interactie aan de HKU. Marinka Copier, die nu aan het hoofd staat van ClickNL Games, is voormalig directeur van deze gameopleiding (inmiddels HKU Director Expertise Centre for Creative Technologies). Tot slot: de kascommissie wordt geleid door Christel van Chrinsven, operations manager van de DGG.

ClickNL Games en de DGA, staan dus vanaf conceptie totaan nu onder leiding van hooggeplaatste HKU’ers en DGG’ers.

 

Zoeken naar motieven

Waarom de HKU graag een stem wil hebben in welke beginnende gamestudio’s subsidie ontvangen is niet moeilijk te bedenken. Uiteraard pocht iedere school graag met de successen van alumni, dus wanneer deze een steuntje in de rug kunnen krijgen via een hooggeplaatst persoon in de adviescommissie…why not?

Successen die de HKU hieruit haalt dienen vervolgens weer als uithangbord in hun wervingscampagne voor nieuwe studenten; waar ze per aanmelding subsidie op ontvangen. De HKU heeft dus simpelweg zakelijk voordeel aan deze invloed op het Gamefonds.

Maar waarom mengt de DGG – waarbij de lijnen met HKU trouwens ook overlappen – zich hierin? Wat is hun voordeel?

 

Rondpompen

De DGG is eigenlijk een soort hotel waar startende gamebedrijven tegen gereduceerd tarief kunnen huren. Deze huurkorting wordt mogelijk gemaakt door subsidie. Een invloed en inmenging van de DGG op het Gamefonds is hiermee nog dubieuzer dan de motieven van de HKU. Bedenk het volgende:

  • Een HKU-studio vraagt een subsidie aan bij het Gamefonds voor een game en vermeldt in de begroting dat het voornemens is om de DGG te betrekken.
  • Een studio afkomstig van het Grafisch Lyceum dient een subsidie in bij het Gamefonds en vermeldt erin dat het vanuit huis blijft werken.

In de constructie zoals hij nu is zal de eerste aanvraag het waarschijnlijk winnen van de tweede. Dat betekent dat niet alleen de HKU zijn kansen vergroot op een succesvolle alumnus, maar ook dat de DGG er een huurder bijkrijgt. Omdat de huurder Gamefonds-geld gebruikt om zijn huur te kunnen betalen ontvangt de DGG, naast directe subsidie, dus ook indirect belastinggeld. De driehoeksformatie (HKU – DGA – DGG) trekt dus niet alleen subsidie aan, ze pompen het ook nog eens rond.

 

Gelekte documenten

Alhoewel de meeste toegekende aanvragen van het Gamefonds worden toegekend aan (ex)HKU’ers gaan ze ook weleens naar iemand daarbuiten. Meestal gaat het dan om bij  DGA-aangesloten studio’s, of de studio’s van bestuursleden zoals Codeglue en Ranj (beiden Rotterdam). Recentelijk zijn de DGA/DGG en NHTV óók een samenwerking aangegaan voor een, rondom de NHTV opgezette Game Garden. En dit brengt ons bij het meest gevoelige hoofdstuk.

Onlangs lekte een anonieme bron mij het ‘DGA strategieplan 2015’. Hierin is het volgende te lezen:

“De DGA stelt zich commercieel op ten opzichte van kansen die zich voordoen.”

Deze graagte om winst te maken blijkt voornamelijk uit drie exclusieve partnerships die niet op de site worden geadverteerd. Hierin beschrijft de vereniging verdergaandere vormen van belangenbehartiging, enkel beschikbaar voor de meer vermogende partijen:

  • Basic – 2.500 euro per jaar
  • Premium –  5.000 euro per jaar
  • VIP­ – 10.000 euro per jaar

Het zijn partnerships waarvan de voordelen niet even helder geformuleerd worden (veel maatwerk), maar in ieder geval meer invloed garanderen. Bij VIP wordt zelfs het ‘participeren in een gamefonds’ vermeld. Hieronder een screenshot uit het document waarin dit beschreven wordt:

Naamloos

Een belronde langs belangenverenigingen binnen de creatieve sector toont hoe ongebruikelijk deze manier van opereren is. De clubs achter filmregisseurs, scenaristen, producenten, auteurs en podiumkunstenaars: allen laten ze weten dat het aanbieden van dergelijke partnerships ‘not done’ is.

Dus valt met de notie van de dure DGA-partnerships te concluderen dat de game-industrie, als enige binnen de culturele sector, niet door zijn belangenvereniging evenredig wordt vertegenwoordigd. Iets wat niet doorklinkt in hun missie:

dga

 

Reactie

Voorzitter van de DGA, Horst Steck, wil niet reageren op de constateringen in dit artikel en dus blijft het onzeker hoe voordelen zoals ‘meer invloed’ precies bedoeld worden. Mogelijk is er ook een manier om anders tegen het participeren in gamefondsen aan te kijken, zoals het matchen van partijen aan andere subsidietrajecten.

Uit de reactie van Marinka blijkt in ieder geval dat haar nevenfucties binnen fondsen én commerciele belangenverenigingen geen reden tot zorgen hoeven te zijn:

“Alle activiteiten zijn op persoonlijke titel en naast persoonlijke integriteit is het voorkomen van belangenverstrengeling altijd geborgd in formele afspraken.”

 

Ik heb voor dit artikel om reacties gevraagd bij HKU, DGG, DGA en het Gamefonds. Alleen Marinka Copier wilde reageren. (Edit: De DGG schrijft in een reactie op Facebook geen verzoek te hebben gehad tot wederhoor. Het is mogelijk dat dit verzoek niet juist is verstuurd. In de tekst heb ik een edit aangebracht wat betreft het moment waarop DGG inspraak kreeg op het fonds. Eerdaags zal ik ook dieper ingaan op de reactie van JP ).

*Toegekende aanvragen van het Gamefonds: gamefonds-Sheet1