Selecteer een pagina

Naar aanleiding van het nieuwsbericht dat een op de tien jongens gameverslaafd is ontvlamde de gamebranche en game-community’s op voorspelbare wijze: “Fuck you, gameverslaving bestaat niet. Ga iemand anders pesten.” Ik voelde erdoor behoefte een meer genuanceerd antwoord te vinden, op zoek naar een middenweg tussen deze twee tegenpolen. Dat mislukte.

Bestaat gameverslaving nou wel of niet?

Wanneer een expert, hoogleraar of wie dan ook met veronderstelde kennis wordt gevraagd of gameverslaving nou wel of niet bestaat, dan is er maar één juist antwoord: Fuck if I Know.”* We weten het simpelweg niet. Gameverslaving zou kunnen bestaan, maar op de manier waarop de wetenschap zich er over buigt komen we daar nooit achter. Dit is waarom:

*In algemeenheid ben ik geen voorstander van grof taalgebruik. Echter, door omzwervingen in de wereld van serious games – een wereld waarin hoogopgeleiden je de meest onnavolgbare onzin proberen te verkopen – heb ik de schoonheid leren zien van een welgemikt “Nee lul, da’s bullshit!”.

In 2013 deed de American Psychiatric Association (APA) een poging om gameverslaving als diagnose op te laten nemen in de DSM-5. Al in de benaming en omschrijving maakten ze daarin kapitale fouten, bijvoorbeeld door te spreken van een Internet Gaming Disorder. Dit schrijven ze er vervolgens over:

The Internet is now an integral, even inescapable, part of many people’s daily lives; they turn to it to send messages, read news, conduct business, and much more. But recent scientific reports have begun to focus on the preoccupation some people develop with certain aspects of the Internet, particularly online games.

 

En:

Much of this literature stems from evidence from Asian countries and centers on young males. The studies suggest that when these individuals are engrossed in Internet games, certain pathways in their brains are triggered in the same direct and intense way that a drug addict’s brain is affected by a particular substance.

Wat voor type game er exact met ‘Internet Gaming’ bedoeld wordt is onduidelijk. Is Halo over Xbox Live een Internet-game? En hoe zit het met Wordfeud over lokale wifi? Aangezien Azië wordt vermeld vermoed ik dat het hier gaat om (browser based) MMO’s en niet om Halo en Wordfeud. Met alle rekbaarheid van het begrip ‘Internet Games’ meegenomen kunnen we in ieder geval stellen dat voor de diagnose ervan offline speelbare games, én de offline componenten binnen een game, uitgesloten moeten worden. Idioter zelfs nog: multiplayer-games die je ook offline kunt spelen en identiek zijn aan online gameplay tellen deels niet mee. Volgens de bedenkers van (internet) gameverslaving zou Gears of War in couch co-op niet verslavend zijn, maar in online co-op opeens wel.

Het is één van de vele onduidelijkheden in de zoektocht naar het bestaan van gameverslaving en het resultaat ervan is dat wetenschappers vanaf 2013 ruziën over interpretaties en definities van het gedrocht dat Internet Game Disorder heet. Niet verwonderlijk dat het nog steeds niet door de DSM-5 is opgenomen. Van gameverslaving is dus nog niet aangetoond dat het een bestaand probleem is. Hoe kan het dan dat de Volkskrant kopt dat een op de tien jongens gameverslaafd is? Nieuws dat nota bene door onderzoekers aan de Universiteit van Utrecht werd verspreid. Door échte wetenschappers?!

Laat mij ‘s ff kijken

Ik vroeg het betreffende onderzoek op en wat blijkt: waar alle berichtgeving op is gebaseerd is helemaal geen echt wetenschappelijk onderzoek maar een powerpoint-presentatie, gedaan in opdracht van het Trimbos-instituut. Omdat in de conclusies ervan nergens de conclusie van de Volkskrant staat, belde ik ook met de verantwoordelijke onderzoekster, Regina van der Eijden. Wat blijkt daaruit verder: de conclusie had niet zo geformuleerd mogen worden. Volgens de onderzoekster vertoont een op de tien jongens tussen 12 en 15 jaar namelijk eigenschappen van gameverslaving. Eigenschappen van een verslaving, beste Volkskrant, is nog niet hetzelfde als het hébben van een verslaving. Maar goed, dat journalisten in hun zoektocht naar de beste clickbait-kop de waarheid offeren…what else is new? (Het uit je nek lullen in de kop lijkt zelfs zo gangbaar geworden dat ik me, zoals je ziet, me er ook maar eens aan waag). De NOS versloeg het nieuws overigens beter door te spreken van een ‘mogelijke gameverslaving’.

Concluderen dat er weinig te concluderen valt

Nog steeds is het een misleidende conclusie. Spreken van ‘eigenschappen’ en ‘mogelijk’ is al zwak wanneer er gewoon een diagnose ligt, maar wanneer die diagnose ook nog eens nog niet erkend is blijft er nog minder over. Trimbos en Volkskrant zouden het vast niet zo’n lekkere quote vinden maar eigenlijk had er moeten staan dat een op de tien jongens eigenschappen vertonen van een verslaving, waarvan alleen nog niet zeker is of het wel een echte verslaving is.

Het wordt erger. Uit de slides blijkt dat zelfs bovenstaande conclusie niet getrokken mag worden. De onderzoekster heeft namelijk niet aan de belangrijkste voorwaarde voldaan voor de Internet Gaming Disorder-diagnose: Namelijk, internet. De meest gespeelde spellen zijn volgens het onderzoek Call of Duty, Grand Theft Auto en Minecraft. Deze games zijn allen zowel online als offline speelbaar. De onderzoekers hadden hier moeten vragen naar de tijd die besteed werd aan de multiplayer en singleplayer-speeltijd moeten uitsluiten (I know, weird maar ík heb Internet Gaming niet bedacht). Dit blijkt uit navraag niet gedaan te zijn. Er kan dus niet gesteld worden dat er eigenschappen worden vertoond omdat de diagnose hele andere data vereist. Dus het enige dat men uit dit onderzoek kan concluderen is dat er eigenschappen zijn waargenomen. Wat voor eigenschappen en wat die eigenschappen waarover zeggen? Fuck if I know.

Wat ik wel weet is dat er alweer slecht onderzoek is gedaan op basis van al slecht eerder onderzoek en iedereen daar toch maar weer druk mee is. De staat van de wetenschap vanaf 2013: niets opgeschoten, veel gekost. Er is geld en tijd verspild, misinformatie verspreid en polarisatie aangewakkerd. Een tip voor iedere wetenschapper die in de toekomst dus nog Call of Duty-pubers ondervraagt over het nut van hun tijdsbesteding: Wees je bewust van de ironie daarvan.