Selecteer een pagina

Gamergate heb ik altijd op afstand gehouden. Het woord en de mensen die zich ermee bezigden riepen weerzin op en ik koos ervoor om, zoals velen, het als een nare mannenbeweging te zien die vrouwen lastigviel. Inmiddels denk ik daar anders over. 

Vals dilemma

Waarom bestaan er eigenlijk pro- en anti-Gamergaters? Wanneer het zou verwijzen naar een bestaand schandaal klinkt een anti-houding vreemd; alsof een gebeurtenis wordt ontkend. Net zo vreemd als het moeten bevestigen van een bestaande gebeurtenis door jezelf ‘pro’ te noemen. De reden erachter is een soort ‘etymologische onenigheid’. Er blijken namelijk verschillende opvattingen over waarnaar de term ‘Gamergate’ verwijst, en waarbij die van Wikipedia voor wat verwarring zorgt:

A controversy regarding sexism in video game culture, alleged questions about journalistic ethics, and reactions against social criticism of video games.

Volgens deze omschrijving is Gamergate een fenomeen dat meerdere zaken bloot heeft gelegd, waaronder seksisme binnen gamecultuur. Zo gelezen kan Gamergate dus als een zinvolle beweging gezien worden die seksisme en dreigementen over het voetlicht bracht. Echter, wanneer je je hiertegen zou verzetten door jezelf het ‘anti-Gamergate’ label op te plakken dan zou dat inhouden dat je vóór het onderdrukken van deze waarheden bent. Zo ziet de anti-GG’er zichzelf alleen niet, en daarmee lijken beide kampen te erkennen dat de term is afgeleid van een schandaal.

Een dubieuze aanleiding

Het begin van Gamergate is terug te leiden tot een wraakactie van een jongen op zijn ex-vriendin, de Zoëpost van Eron Gjoni. Eron beschrijft in detail en begeleid met screenshots van privéchats, het begin en het einde van zijn relatie met ontwikkelaar Zoë Quinn. De opzet ervan schendt zodanig iemands privacy dat velen afhaken of er niet eens aan beginnen.

Onlangs las ik de Zoëpost in zijn geheel door. Het bleek over liefde te gaan. Die van het prille en hevige soort; een liefde die voor Eron net zo groots moest eindigen als hij begon. En zelfs na zijn laatste woorden en het daaropvolgende definitieve ‘on-line’ zetten, denk ik dat het hem toen niet lukte haar los te laten.

De Zoëpost schendt privacy en pleegt karaktermoord. Tegelijkertijd biedt het een fascinerende blik op de manie van jonge liefde. Ik was er uiteindelijk door ontroerd. Nergens dacht ik trouwens aan Gamergate. Voor Eron was journalistieke integriteit ook geen issue. Hem maakte het niet zozeer uit met wie Zoë vreemdging, zijn obsessie was dát ze vreemdging. Wanneer het mannen waren geweest die niets met de industrie te maken hadden dan was zijn post in vergetelheid geraakt. Voor anderen echter, waren die namen wel degelijk relevant. Zoë bleek namelijk de lakens te delen met een gamejournalist. Er zijn hieruit twee typen reacties ontstaan.

Reacties die:

  • Wijzen op iemands hypocrisie – De disbalans tussen Zoë’s publieke morele kompas en haar handelen tijdens de relatie met Eron.
  • Wijzen op iemands journalistieke integriteit – Het gegeven dat persoonlijke relaties tussen ontwikkelaars en pers resulteren in ‘coverage’.

Gamergate houdt zich niet zozeer bezig met het hypocrisie-argument; zij richtten zich vooral op de kwestie van journalistieke integriteit (met inmiddels meer voorbeelden). De ‘backlash’ op de Zoëpost, in de vorm van grove, beledigende en seksistische tweets lijken daarentegen wel gedreven door een drang te wijzen op iemands tegenstrijdigheden. De vraag is dus of de ‘harrassers’ wel onder Gamergate vallen.

Maar de werkelijke onenigheid tussen pro’s en anti’s schuilt in deze vraag: ‘Is de informatie in de Zoëpost kwalijk genoeg om te spreken van een schandaal?’. Ikzelf heb daar ook mijn twijfels bij. Enerzijds vind ik de suffix -gate hier aan de pathetische kant, al ging een developer met een journalist naar bed. Anderzijds leven we in een tijdperk waar een blote tepel van Janet Jackson al een ‘Nipplegate’ veroorzaakt. Hoe je dus ook tegen Gamergate als term aankijkt, binnen het spectrum van Water- Nipple- en Mabelgate zou er een plek voor moeten zijn.

Social engineering eng?

De zorgen die Gamergaters uitten betreffen niet alleen de te nauwe banden die leiden tot game coverage, maar ook over stukken die meer agenda setting van aard zijn. Hiermee heeft het zich opengesteld voor een ander label; die van een groep die bang is voor samenzweerders. Er zijn gamergaters die denken dat er mensen bestaan die hun ideologie willen opleggen via een medium als games. De term ‘social engineering’ komt hierbij weleens langs en alhoewel ik niet denk dat daar kwade machten achter zitten, begrijp ik wel waar deze zorgen vandaan komen.

Een voorbeeld uit mijn eigen werkveld: films. Toen ik scenario studeerde kreeg ik van verschillende docenten dezelfde tip voor hoe ik mijn kansen kon vergroten om een subsidieaanvraag bij het Filmfonds erdoorheen te krijgen. Die tip was om ‘iets met de multiculturele samenleving te doen’. Niet alleen als advies van docenten kreeg ik dit mee, bij de oproep van een korte jeugdfilm stond het zelfs expliciet als een voorwaarde vermeld. Dit betekende dus dat het Filmfonds niet naar de beste filmplannen keek, maar naar de beste plannen die iets doen met de multiculturele samenleving.

Games hebben hun eigen subsidiecultuur die doorwerkt in de games die we zien. Voor Nederland bijvoorbeeld verklaart dit waarom we zo “pionieren” in applied- en serious games. Ook gamejams met een sociaal-maatschappelijk thema zijn het effect van een subsidiecultuur waarin overheid terughoudend is tegenover puur entertainment. Is dit social engineering? Misschien wel, misschien niet. In ieder geval leuk om het er eens over te hebben…wanneer dat weer mag.

Engineering GG style

Alle bovenstaande thema’s, van journalistieke integriteit, via social engineering tot aan de effecten van subsidiecultuur, zijn onderwerpen geworden waar de Gamergate-beweging zich over buigt. Daarbinnen kunnen uiteenlopende standpunten geformuleerd worden en zelfs onenigheid bestaan. Ik zie de beweging daarom als een zinvolle aangever van uiteenlopende vraagstukken. Maar door blindstaren van het anti-kamp op haattweets en dreigementen van een kleine groep extremisten wordt het tegelijkertijd een taboe om nog iets over deze onderwerpen te zeggen.

Het moet weer mogelijk zijn om zowel sexisme en haattweets te veroordelen, alsook vragen te stellen bij de nauwe banden tussen makers en schrijvers. Het moet ook mogelijk zijn om je uit te spreken tegen social engineering. Of, zoals ik nu faux-paradoxaal afsluit, een pleidooi kan doen voor de geneugten ervan. Want laten we campagne voeren. Met een gamejam voor Gamergate-acceptatie.

En gesubsidieerd natuurlijk.