Selecteer een pagina

Gisteren had het in De Balie over games moeten gaan. Ogenschijnlijk deels als charmeoffensief – omdat spellen de laatste tijd een beetje negatief in de pers komen. Een simpel en nobel doel leek mij. Toch ‘speelde’ de aanjager van de avond, ene Ben Schouten, het klaar zelfs de doorgewinterde gamer verdwaasd achter te laten over de bedoeling en zelfs het doel van de avond. En al torst Ben een hele mond vol imposant klinkende titels (hoogleraar ‘Playful Interaction aan de TU Eindhoven’ en ‘Lector Design for Games and Play bij het Centre of Expertise for Games & Film aan de HvA’), nergens werd er in het Kenniscafé door hem of consorten enige kennis verspreid over games.

Naïef

Wat nou precies de boodschap of aanleiding van de avond was, was aanvankelijk vaag en werd nooit helder. In het interview dat aan het ‘debat’ vooraf ging (tussen aanhalingstekens want iedereen was het met elkaar eens) ontweek Ben de meest basale vragen over games met quasi-filosofische bespiegelingen over de definitie van een ‘game’. Hij had over ‘het alom aanwezige speelse’, over ‘playfulness’. Over dat alles een spel is; van piraatje spelen tot politiek bedrijven. Hij praatte over games zoals New Agers praten over energie: Het is overal. Ook nu! Wat wij nu doen hier… is ook spel. Na tien minuten van dit semantische rek- en strekwerk besloot ik dat Ben de ballen verstand heeft van games.

De interviewer leek dat ook door te krijgen en begon te vissen naar wat concreters, zoals Call of Duty. Maar over Call of Duty sprak Ben liever niet. De ontkenning van die realiteit betekende dat hij vrijelijk trends kon verzinnen. Zo zouden verloren gewaande spelelementen aan het terugkeren zijn, zoals het spelen in een zandbak dankzij ‘Monobanda’. Niks negatiefs over het werk van Monobanda; maar een klein Hollands kunstcollectiefje aanstippen als voorbeeld van een op handen zijne trend in het gamelandschap klinkt hopeloos naïef. Bovendien zou er, kijkende naar onze reis van Mario en Wolfenstein naar Mario en Call of Duty, voorzichtig geconcludeerd kunnen worden dat games misschien toch niet het spannende medium is dat de wereld maar blijft verrassen.

Onwetend

Er werd vooral gehamerd op de toenemende rol van games op het gebied van leerprocessen en gezondheid. Waarschijnlijk is deze voorspelling vooral opportunistisch; Ben helpt namelijk zelf dit soort games te maken. En natuurlijk moet er dan gesproken worden over grote verschuivingen en aanwakkerende interesse in ‘playful interaction’, ‘applied gaming’, ‘serious games’ of ‘welk-ander-synoniem-je-ook-maar-voor-educatieve-software-kunt-bedenken’. Dat al deze typen games nog altijd niet door de consument – noch door wetenschappelijke consensus – gevalideerd zijn doet kennelijk niet ter zake. Er is een trend! En als je zegt dat die er niet is, dan roepen we gewoon nóg harder van welles!!

Later op de avond kwam Bens onwetendheid over games pas echt goed naar voren. Het begon met het voorbeeld dat hij aandroeg voor een ander type commerciële game: “Journey …van Microsoft”, zei hij. Voor wie niet weet waarom dit dom klinkt, denk dan aan een verkoper die zegt ‘de Focus van Renault’, of ‘de Iphone van Samsung’. Toen iemand meer uitleg vroeg over Journey wilde hij het weer snel ergens anders over hebben. Ik vermoed dat Ben Journey nooit gespeeld heeft. Dat hij geen Playstation of Xbox heeft staan en dat hij slechts via-via had opgevangen dat het zo’n lekker nieuw artsy-fartsy spelletje is.

De zwijgende verslavingsdeskundige

Wat World of Warcraft was kon hij ook niet uitleggen. Hij toonde wel een stukje promotioneel filmmateriaal van Blizzard (voor Ben: dat zijn de makers). Over de subtiele beloningsmechanismen in het spel, het jarenlange ‘levelen’ en ‘grinden’ dat het afdwingt via skinner box-gamedesign; dat bleef allemaal onbesproken. Volgens Ben is World of Warcraft gewoon populair omdat je even lekker een avontuurtje kan beleven als ridder of elf.

De andere aanwezigen op het podium waren – op een gedragswetenschapper die voor het gemak in de rol van ‘verslavingsdeskundige’ werd geduwd na – allen werkzaam in de ‘serious gaming’-scene. Ze verkondigden dan ook allen in unison Bens boodschap: ‘serious is tha shit‘. Dit verklaarde dan ook de zwijgzaamheid van de verslavingsdeskundige. Omdat iedereen van onderwerp veranderde zei niemand iets inhoudelijks over succesvolle games, die cynisch inspelen op de psyche van de speler; hoe ze werken en waarom het moeilijk is om ermee te stoppen. In plaats daarvan promootten ze hun onmogelijk te haten niche van ‘goede’ spelletjes. Dat leverde een barrage aan voorbeelden op, van medische games tot cityplanners en buitenspeel-spelletjes. De verslavingsdeskundige kon er enkel instemmend bij knikken en zich afvragen waarom hij ook alweer was opgetrommeld.

Ze hoeven zich helemaal niet aangesproken te voelen, die serious gamemakers, in ieder geval niet wanneer het gaat over obsessief gamegedrag of geweld. Het schermen met ‘serious games’ is in deze discussie een soort afleidingsmanoeuvre om tegenstand mee suf te lullen. Maar ook een manoeuvre die riekt naar zelfpromotie en ‘agenda-setting’. Dat zal Ben trouwens vast geen belediging vinden. Voor hem is alles een spelletje.

 

De stream van het Kenniscafé in De Balie kun je hieronder terugkijken.

Dit artikel verscheen eerder op The Post Online