Selecteer een pagina

Onlangs werd ik door Ubisoft uitgenodigd om in het Manhattan Hotel in Rotterdam iets te horen over Assassin’s Creed 3. De sfeer was gelaten. Collega-journalisten praatten een beetje over welke comic-game nu wel goed is, over dat hun bezoekers zulke zeikerd zijn geworden omdat ze zeuren over de ‘9’ die ze Skyrim gaven. We hadden het over van alles en nog wat. Behalve Assassin’s Creed. Waarschijnlijk had iedereen onderhand wel een beetje genoeg van dat spel. Terwijl ik een pizzapunt in mijn mond duwde hoorde ik iemand zelfs zeggen: “Van mij mogen ze aan iets anders gaan werken nu.” Ik knikte terwijl het vet van mijn kin droop.

Maar toen zag ik achter zijn schouder een meisje van Ubisoft papieren uitdelen. Het was een enorme stapel en ze gaf elke gamejournalist er een. Ze namen het een beetje verschrikt aan. Sommigen lieten hun servetjes er van op de grond vallen. In een soort golfbeweging zag ik de stemming in de verte overslaan van lichte verveling naar bloedserieuze nervositeit. En het kwam steeds dichterbij. Ze begonnen te stoeien met pennen en zochten naar een geschikte ondergrond om op te schrijven. Een aantal liepen op de muren af, hielden de stapel papier er tegenaan en zetten ergens een krabbel. Ik zag zelfs jongens die elkaars ruggen gebruikten.

“Wat is dat?”, vroeg ik mijn gesprekspartner waarmee ik het nog geen moment over Assassin’s Creed had gehad. “Oh, ja…de en-die-ay.” Ik keek hem vragend aan. “De non-disclosure agreement, de NDA.”, lichtte hij toe. “Dat je belooft niet te schrijven over de inhoud van vandaag tot een bepaalde datum.” Inmiddels was het meisje aan ons tafeltje beland. “Gamejournalisten vragen niet inhoudelijk te zijn? Da’s toch nergens voor nodig?”, grapte ik. Maar het groepje waar ik tussen zat was al versplinterd tegen de muren, waar ook zij onhandig hun handtekening op de NDA aan het zetten waren. Toen kreeg ik er een.

Het was een onnavolgbare collage van juridisch taalgebruik waar ik echt mijn best voor deed het te begrijpen. Iemand, die me kennelijk bezig zag de informatie proberen te snappen, zei: “Dat is de datum, tot die tijd niets schrijven. Dat is alles.” Omdat de tekst toch vaag bleef voor me, deed ik maar wat me het verstandigst leek op dat moment: mijn handtekening zetten. Het meisje nam het van me aan, en enkele seconden later werden we de zaal ingeroepen om iets te gaan zien waar we niet over mochten schrijven.

Naar de grote deur toe schuifelend voelde ik iets. Iedereen voelde het. We keken elkaar aan terwijl we naar het donkere zaaltje toegetrokken werden, als door een zwart gat dat alle materie om zich heen opzoog. We waren samen en we gingen samen en niemand mocht nog iets schrijven over dat wat er zou komen. Toen wist ik wat voor gevoel het was. Het gevoel onderdeel te zijn van een geheim genootschap. Wij waren enkele minuten verwijderd van informatie die alleen ons werd toevertrouwd. Een groot geheim waar we over moesten zwijgen. Daar hadden we ook nog eens onze handtekening voor gezet. Op een intimiderend pak papier.

Ook al was het een presentatie waar niemand ook maar een interessante anekdote van op zou kunnen maken; het gevoel was nog net zo sterk. Er kwam ook een nieuwe drang bij; een die ik de hele dag nog niet gevoeld had. Ik had opeens de behoefte om over Assassin’s Creed 3 te schrijven.Omdat het niet mocht. Ubisoft had met zijn dikke NDA mij het gevoel gegeven deelgenoot te zijn van iets dat heel erg belangrijk was, terwijl dat natuurlijk helemaal niet zo was. Het was allemaal onzin, maar wel onzin waar alleen wij weet van hadden. Wij waren in the know. Op weg naar huis deed ik het ondenkbare: ik schreef over Assassin’s Creed 3.

Bij thuiskomst was het stuk af en natuurlijk ging het nergens over. Maar er droop geheimzinnigheid van af. Als een van de eerste gamejournalisten van Nederland zou ik gaan vertellen wat voor nieuw wapen er in een computerspel geïntroduceerd zou worden. In wat voor soort leveltje we zouden gaan spelen. Ik had een artikel geschreven dat niemand nog mocht lezen en dat gaf het een unieke meerwaarde. Of beter: een waarde.

Die avond ging ik uit eten met mijn vriendin. Ze vroeg me hoe het was in Rotterdam. Ik dacht aan al die stomme feitjes die ik tot me had genomen over een spel dat eind dit jaar pas uitkomt. “Mag ik niets over zeggen lieverd”, zei ik terwijl ik een hap spaghetti nam. Ik voelde haar ogen op mij, toen ze zei: “Nerd.”

Dit artikel verscheen 9 maart 2012 op Bashers.nl